Uit de praktijk: Fries' lawaai en een lange adem

Eind 2011 werd de Werkgroep Glasvezel Langedijke in het leven geroepen door een aantal lokale initiatiefnemers. Langedijke is een dorp in de gemeente Ooststellingwerf, provincie Friesland. Het doel van de werkgroep was om een netwerk te realiseren voor ongeveer 160 adressen in en rondom het dorp.

De werkgroep heeft veel inspanningen verricht en publiciteit gemaakt voor het gebrek aan snel internet in het dorp. In maart 2014 toen de provincie Friesland een subsidieregeling in het leven had geroepen voor kleinschalige pilot projecten in het buitengebied van Friesland, heeft de werkgroep een aanvraag ingediend, in september 2014 werd deze goedgekeurd.

Op 14 november 2014 werd het startsein gegeven voor de aanleg van het glasvezelnetwerk in Langedijke en omgeving. Inmiddels (april 2015, red.) is het netwerk bijna gereed en kunnen de mensen binnenkort gebruik maken van hun glasvezelverbinding (4 juni 2015 werd de eerste aansluiting opgeleverd, red.).

Aanleiding

Koperen lijntje

‘We zitten in een landelijk gebied en wij hebben alleen maar het koperen lijntje van de KPN liggen. Wat mensen in grote steden allemaal gewend zijn aan tientallen MB’s per seconde kennen wij hier niet. Ik werk ook nog wel eens vanuit huis, maar met onze internetverbinding is dat nagenoeg onmogelijk.’ Jos de Groot, inwoner van Langedijke, is één van de vier leden van de werkgroep die zich de afgelopen jaren heeft ingezet voor een snel internetnetwerk in het Friese dorp Langedijke.

‘Eind 2011 heeft één van onze dorpsbewoners het initiatief genomen en via een brief een oproep gedaan aan de buurtbewoners, waarin hij vroeg of mensen interesse hadden in sneller internet en of ze actief wilde deelnemen aan het realiseren hiervan.’

‘Een klein dorp als Langedijke draait puur op burgerinitiatieven. Wat je dus ook wil organiseren, er zijn altijd een paar bewoners die het op moeten pakken. Ik vond dit wel een mooie uitdaging, dus heb me aangesloten bij de groep. We zijn destijds met zes personen begonnen, maar in de loop van het traject zijn twee mensen afgevallen toen het allemaal niets leek te worden.’

Eerste stappen

De enquête

‘Allereerst hebben we een enquête rondgestuurd naar bewoners, om de interesse in het dorp te peilen. Toen die er voldoende bleek te zijn (85 procent gaf aan interesse te hebben in een betere internetvoorziening), zijn we in gesprek gegaan met een aantal bedrijven over de verschillende opties en mogelijkheden. Ook hebben we de grote telecombedrijven benaderd, maar vanuit die hoek is de interesse nihil. Dit soort ‘kleine’ projecten zijn voor hen vaak niet financieel interessant.’

Voor het ‘type’ internet, werden een aantal opties bekeken. ‘Oplossingen met kabel (koper of coax) leken slechts voor een aantal jaren voldoende capaciteit te kunnen bieden en voor straalverbindingen waren hoge zendmasten nodig in ons bosrijke gebied. Dat stuitte op weerstand bij de bewoners. Uiteindelijk kwamen we tot de conclusie dat glasvezel de beste langetermijnoplossing was.’

Eerste stappen

Lawaai maken

‘Verder hebben we in de beginperiode vooral veel lawaai gemaakt. We hebben al snel de politiek benaderd, hebben de burgermeester bezocht, wethouders, en fracties binnen de gemeenten en provinciale politiek. Alles om het probleem hoog op de agenda te krijgen.’

‘De lokale school hielp ook mee. Zij werken met allerlei digitale lesmethodes, maar dat gaat hier dus voor geen meter. Lokale politici zijn uitgenodigd om daar een keer te komen kijken, wat ook weer bijdraagt aan de bewustwording. En er is veel pers benaderd om de publieke opinie mee te krijgen. Dat werkt altijd goed.’

‘Al deze acties hebben er uiteindelijk toe geleid dat er in de provincie een speciaal plan is ontwikkeld om ondersteuning te bieden bij de aanleg van die glasvezelnetwerken: ‘Het investeringsplan voor snel internet in de Provincie Friesland’.’

‘Achteraf gezien was dit één van de moeilijkste dingen aan het traject. Voordat we de politiek een beetje mee hadden was het eind 2013, en toen waren we al twee jaar bezig. In die tijd was het soms lastig om de moed er een beetje in te houden, maar gelukkig hielden we altijd het vertrouwen dat de provincie met een goed plan zou komen.’

Business plan

Maximaal tien euro extra

‘Samen met de Coöperatieve Vereniging Fryslân Ring hebben we de kostenberekening gedaan en een (globale) business case opgesteld.’

‘In het oorspronkelijke plan zouden deelnemers veertig, vijftig euro in de maand bovenop de abonnementskosten moeten gaan betalen om de aanleg van het netwerk te financieren. Toen hadden wij zoiets van: ‘Voor dat bedrag krijgen we de bewoners niet mee’.’

‘Met de werkgroep kwamen we tot de conclusie dat tien euro extra in de maand het maximale was wat we bewoners konden laten betalen. Toen kwam de uitdaging om het plan zo te buigen dat dit paste én om de aanleg van het netwerk rond te krijgen voor dat budget.’

Financiering van de aanleg

‘We hebben een positieve business case weten te vormen bij tien euro per aansluiting extra voor glasvezel gedurende twaalf jaar op basis van ongeveer 130 aansluitingen.’ Om zo snel mogelijk aan dit aantal te komen hanteerde de werkgroep een persoonlijke aanpak. ‘Wanneer je alleen een brief door de bus gooit weet je zeker dat je maar van een kwart reactie krijgt. Dus zijn wij langs de deuren gegaan. Op die manier scoor je veel hoger, zeker in een dorp waar je elkaar vaak al kent.’

‘De totale aanlegkosten waren begroot op circa 400.000 euro. Vijftig procent van deze kosten is als subsidie verstrekt door de provincie Friesland. Zij hadden een miljoen vrijgemaakt voor een aantal pilot projecten, waarbij de provincie de helft van de aanlegkosten subsidieerde. Wij waren de eerste van in totaal vijf pilot-projecten.’

‘Het overige geld is via een bankfinanciering tot stand gekomen. Nu kun je als groep dorpsbewoners niet zo’n grote lening (200.000 euro) afsluiten, dus hebben we een lokale stichting opgericht en zijn we een samenwerking aangegaan met Fryslân Ring om dit mogelijk te maken. Een bank wil namelijk een onderpand, en wat glasvezel dat onder de grond ligt voldoet niet. Uiteindelijk is de gemeente garant gaan staan voor de lening. De deelnemers lossen iedere maand per huishouden de begrote tien euro van deze lening af.’

Aanleg

Door de achtertuin graven

Op 14 november 2014 werd het startsein gegeven voor de aanleg van het glasvezelnetwerk in Langedijke en omgeving.

‘Toen kwam voor ons de uitdaging om het netwerk zo goedkoop mogelijk aan te leggen. We hebben in ons dorp veel bomen staan, waar je niet langs kunt graven. Daar moet je dan onderdoor boren, maar dat is heel duur. Wat de aannemer daarom het liefste doet is achter de bomenrij langs werken, maar dan kom je vaak wel in het weiland van een boer of in de tuin van mensen terecht. Hier heeft iedereen gelukkig super aan meegewerkt en dat scheelde ons kilometers boren. Een stukje graven kost vier euro per meter en boren twaalf euro. Daar hebben we enorm veel geld mee bespaard.’

De graafwerkzaamheden zijn in november en december 2014 uitgevoerd en de montage van de glasvezelkabels in de meterkast in december en januari. Inmiddels (april 2015, red.) is het netwerk bijna klaar en kunnen de mensen binnenkort gebruik maken van hun glasvezelverbinding (4 juni werd de eerste aansluiting opgeleverd, red.).


Tips: klein, lokaal en vroeg overleggen

Maak het niet te groot

‘Als je een initiatief wil doen slagen dan moet je zorgen dat alle mensen elkaar min of meer kennen. Je hebt nogal wat vertrouwen en goodwill nodig van iedereen, en de grootste successen boek je toch bij mensen thuis aan de keukentafelDie aanpak lukt je niet met een gebied van 10.000 adressen.’

Zorg dat het een lokaal initiatief blijft

‘Ook om een andere reden heb je goodwill nodig van de bewoners. Je moet namelijk vaak door hun tuinen en land heen graven. Daar wil je geen gedoe over, want je hebt niet het geld voor alternatieven. Met andere woorden, deelnemers moeten dat allemaal maar gratis goed vinden en je kans van slagen is een stuk groter wanneer je de meeste mensen persoonlijk kent.’

Zorg dat je in een vroeg stadium contact legt met landschaporganisaties.

‘Als je aan het graven gaat. moet je vaak ook door gebieden van landschapsorganisaties heen (bv. Staatsbosbeheer). Dat zijn lastige jongens, de medewerking is daar minder groot dan bij de gemeenten en boeren. Je krijgt gewoon hetzelfde tarief als een oliemaatschappij die met z’n leiding door zo’n stuk bos heen wil, maar dat kun je als werkgroep niet betalen. De onderhandelingen hierover hebben bij ons voor een hoop stagnatie gezorgd. Dit soort partijen kunnen je project volledig de nek omdraaien, dus je moet vroeg beginnen met overleggen.’