De business case en zelffinanciering

Voor het realiseren van snel internet door (burger)initiatieven zijn een goed uitgewerkte business case en een verkenning naar de mogelijkheden van zelffinanciering essentieel. 

De business case

Een belangrijk onderlegger voor een business plan is de business case, of het financiële model. In dat model wordt een inschatting gemaakt van de voorbereidingskosten, de investeringskosten en de operationele kosten, door de tijd. Daarnaast wordt ingeschat wat de inkomsten zullen zijn. De tijdspanne waarover de business case wordt geschreven is typisch 20 jaar, aansluitend bij de afschrijvingsperiode van een internetkabel.

In de business case wordt gerekend en in beeld gebracht hoe de inkomsten en uitgaven van het project er uit zien. De financiering wordt dan ook inzichtelijk gemaakt. Die financiering is nodig om het gat tussen de uitgaven (met name de investering) en de inkomsten te overbruggen.

De inkomsten van het project bestaan over het algemeen uit een lening, een aansluitbijdrage en jaarlijkse bijdragen van de mensen die aangesloten zijn. De uitgaven in het project zijn de met de lening gefinancierde investering, de terugbetaling van de lening (plus rentekosten) en onderhoudskosten voor het systeem. Om de aanvangsinvestering te doen zijn forse middelen nodig, die in de toekomst nog verdiend moeten worden. De financier stelt daarom middelen beschikbaar die later verdiend moeten worden. Vanzelfsprekend zijn er aan die financiering kosten verbonden (rentelasten, provisies) en ook zal de financier voorwaarden stellen bij het verstrekken van de leningen. De financiering is met name noodzakelijk om investeringskosten in de fysieke infrastructuur af te dekken. Dit betreft gewoonlijk de passieve laag: het civiele werk, de kabels en de Point of Presence.

Een belangrijk aandachtspunt bij projecten die door burgers opgepakt worden zijn de kosten die ontstaan in de voorbereiding op de realisatie van het project. Daarbij kan gedacht worden aan kosten voor vergunningen, leges, technisch onderzoek, proceskosten, juridische kosten of extern advies. Dit is vaak een struikelblok in de fase tussen idee en implementatie. In sommige gevallen zijn provincies of gemeenten bereid om bij te dragen aan de voorbereidingskosten (proceskosten) vanuit hun ambitie om hetzij burgerinitiatieven te ondersteunen dan wel om de digitale ontsluiting van het buitengebied te ondersteunen. Van banken of andere commerciële financiers kan echter normaliter niet worden verwacht dat zij al in een vroege fase van voorbereiding, zonder zekerheden, bereid zijn om de ontwikkeling van een project te financieren. Zelffinanciering kan helpen in deze fase.

Zelffinanciering

Hoewel door veel initiatiefnemers al snel aan een bank gedacht wordt voor de financiering van een project dat niet door de markt wordt opgepakt, zijn er alternatieven. Als er voldoende ondernemend vermogen beschikbaar is in een gebied of in (bijvoorbeeld) een coöperatie, kunnen de leden het aanleggen van het netwerk, of de voorbereiding daarop, gezamenlijk financieren. Die financiering kan worden opgebracht door alle leden samen, maar er kan ook een beperkt aantal financierende leden zijn. In het laatste geval wordt in de statuten van de coöperatie een aparte ledencategorie gemaakt voor de financierende leden. In de praktijk zijn het vaak ondernemers die als financierende leden optreden. Particulieren hebben hiervoor vaak niet de financiële ruimte. Met zelffinanciering van een deel van het netwerk kan ook de onrendabele top worden weggenomen, bijvoorbeeld omdat de coöperanten genoegen nemen met geen, of een lang uitgesteld rendement op hun financiering. Die financiering kan bijvoorbeeld de vorm hebben van naar voren gebrachte vergoedingen voor aansluiting op en gebruik van de nog te realiseren snelle internet verbinding.

Mogelijke voordelen

Investeren in een breedbandnetwerk kan een aantrekkelijke investering zijn, zeker als overheden ook financieel bijdragen aan de realisatie. In feite nemen de leden van de coöperatie het verdienmodel van de marktpartijen over. Daarvoor moeten zij wel de inspanning plegen om voldoende geïnteresseerden te vinden voor een aansluiting, een organisatie inrichten en tijd en energie investeren in een technisch ontwerp, een business plan, etc. Immers, ook in geval van zelffinanciering is een goed plan belangrijk: juist ook naar elkaar als samenwerkende buurt- of gebiedsgenoten, of als ondernemers onder elkaar wil je helder hebben waar je gezamenlijk geld in steekt.

Als de coöperatie volledig kan voorzien in eigen financiering, vervalt het verdienmodel van de bank. Daarbij komt dat de coöperatie de infrastructuur niet als onderpand aan de bank hoeft te geven. De coöperatie blijft zonder restricties eigenaar van het netwerk en het netwerk hoeft niet hypothecair ingeschreven te worden. Financieringsvoorwaarden kunnen onderling worden bepaald, waarbij het belang van de coöperatie beter gediend kan worden en de “economie van het project” volledig in het gebied blijft vanuit financieringsperspectief.

Zelf financieren betekent niet alleen financieren

In heel veel gevallen zal ook bij zelffinanciering onderzocht worden of er toch niet ook mogelijkheden zijn van co-financiering, om de risico’s van de deelnemers in de coöperatie te beperken, zeker als het particuliere initiatieven betreft. Voor die cofinanciering zijn verschillende argumenten denkbaar:

  • Verlagen van het risico voor individuele deelnemers, waardoor zij minder geld investeren “aan de voorkant” en dus ook minder risico lopen om een grote som geld te verliezen;
  • Aantrekkelijke voorwaarden voor cofinanciering: er zijn gemeenten en (met name) provincies in de markt om cofinanciering te verschaffen aan breedband projecten. De voorwaarden van een dergelijke cofinanciering kunnen aantrekkelijk zijn, bijvoorbeeld omdat er zachte voorwaarden zijn verbonden aan terugbetaling, er bescheiden interest gevraagd wordt, of omdat lang gewacht mag worden met terugbetalen van de (achtergestelde) lening.

Het omgekeerde is overigens ook waar: indien gekozen wordt voor een externe financiering (bijvoorbeeld door een bank) zal die financier gewoonlijk vragen om een eigen kapitaalsinbreng van de initiatiefnemers. Afhankelijk van de zekerheden die in het project geboden worden, kan dit variëren van typisch 20% - 40% van het totaal te financieren bedrag.