Glasvezel in het buitengebied

De meeste initiatieven geven de voorkeur aan de aanleg van een glasvezelnetwerk. De voordelen zijn duidelijk: glasvezel biedt de hoogste bandbreedte, kent weinig signaalverlies en is ongevoelig voor storingen van buitenaf. Het nadeel is dat de aanlegkosten hoog zijn.
Drie functionele lagen

Een glasvezelnetwerk bestaat uit drie ‘functionele lagen’. Het fysieke netwerk bestaat uit mantelbuizen of ducts met daarin de glasvezels, ondergrondse verbindingsstukken om de glasvezels aan elkaar te koppelen, de glasvezels, eventuele wijkkasten en de plek waar apparatuur (modems) kunnen worden geplaatst. Dat gebouw heet vaak wijkcentrale, point of presence (PoP), of area pop. Deze onderdelen bij elkaar heten ook het passieve netwerk of de ‘passieve laag 1’.

De glasvezelkabels van het passieve netwerk komen dus bij elkaar in een PoP. Om datatransport over de glasvezels mogelijk te maken moet er apparatuur neergezet worden. Het glasvezelnetwerk maakt gebruik van lichtsignalen en het zijn dan ook routers en switches die een (licht)signaal op het (passieve) glasvezelnetwerk zetten. Met deze 'actieve laag 2' worden de (data)gegevens van en naar eindgebruikers verzonden en ontvangen. 

Tenslotte kunnen over de belichte glasvezels diensten worden aangeboden, zoals internettoegang of digitale televisie. Dit heet de ‘dienstenlaag 3’.

Deze drie lagen zijn noodzakelijk om gebruik te kunnen maken van het glasvezelnetwerk. U kunt deze functionele lagen als afzonderlijke onderdelen zien. Qua structuur is een glasvezelnetwerk relatief eenvoudig opgebouwd. Maar er zijn keuzes te maken over eigenaarschap, beheer en financiering.

Hoge aanlegkosten

Buitengebieden zijn dunnerbevolkt, en soms liggen adressen verspreid over een groot gebied. De lange afstanden maken de aanleg van een fysiek glasvezelnetwerk duur. Het graven van sleuven en geulen is een arbeidsintensieve en kostbare activiteit, en buizen en glasvezels vormen in het buitengebied een aanzienlijke kostenpost. De aanleg van een glasvezelnetwerk is te vergelijken met de aanleg van andere infrastructuren zoals spoor- of autowegen: de meeste kosten zitten in het aanleggen van de weg of de rails. De kosten van de apparatuur of diensten op de ‘hogere’ lagen in het netwerk zijn in principe hetzelfde als in dichterbevolkte gebieden. 

Financiering

Een van de belangrijkste vragen bij de aanleg van een glasvezelnetwerk in het buitengebied is: wie gaat dat financieren? Marktpartijen zijn op dit moment niet bereid de volledige investering zelf te dragen. Daarom vragen ze als ze wél tot investeren bereid zijn, ook een bijdrage van bewoners en een minimum aantal deelnemers dat op voorhand intekent voor een abonnement. Als het project doorgaat, legt de provider het netwerk aan en wordt daarmee eigenaar en beheerder. Een alternatief is zelf een netwerk aanleggen en (laten) beheren. In dat geval wordt het initiatief eigenaar van het netwerk. Maar het initiatief moet dan ook zelf het noodzakelijke geld bijeen moeten brengen, bijvoorbeeld in de vorm van eigen vermogen van deelnemers en/of vreemd vermogen van bijvoorbeeld banken, provincies en gemeenten. Soms blijkt de aanleg van glasvezel financieel niet haalbaar. Lees meer over de verschillende netwerken voor snel(ler) internet.