Graafdieptes

De toetreding van enkele nieuwe investeerders in de breedbandmarkt heeft een nieuw onderhandelingspunt urgent gemaakt. Om de kosten zoveel mogelijk te drukken willen investeerders waar mogelijk de glasvezel op 40 cm diepte leggen. De richtlijnen zeggen nu vaak 60 cm. Als concessies op dit vlak de aanleg kans vergroten of versnellen kan dit onder...

Expertpoule

Samen Snel Internet heeft een poule van experts samengesteld die uw initiatief kunnen bijstaan in de realisatie van snel internet. 

Vraag het onze experts

Een kostenbepalende factor betreft de aanlegdiepte van breedbandnetwerken. Anders dan traditionele kopernetwerken, is glasvezel niet gevoelig voor weersinvloeden en dit biedt de mogelijkheid om op minder dan de reguliere 60 cm. aan te leggen. Aanleg op 60 cm. diepte is geen verplichting maar een richtlijn.  

Vorm van toezicht en afspraak over garanties

Bij minder diepe aanleg is het van belang de risico’s af te wegen tegen de voordelen die van toepassing zijn. Ondiepe aanleg houdt minder risico’s op beschadiging voor andere netwerken in en er is minder overlast door snellere aanleg.  Daartegenover staat dat ondiepe ligging een verhoogd risico op schade kan betekenen. De keuze van waar men ondiep aanlegt zijn dus zeer wezenlijk. 

Om waarborgen voor de wegbeheerder te verzekeren, dienen wel goede afspraken te worden gemaakt over wijze van verdichten, minimumdiepte onder bomen, kunstwerken en kruisingen van wegen en een minimum afstand tot de kant van de weg. Dit alles hangt weer nauw samen met de vorm van toezicht en afspraken over garanties.   

Voorkom precedent

Om te voorkomen dat er een gedeelde verantwoordelijkheid kan ontstaan tussen decentrale overheid en netbeheerder, is het van belang dat het duidelijk wordt dat de netbeheerder heeft gekozen voor een afwijkende ligging en niet wordt gesproken dat partijen zijn overeengekomen.  

Voor  het gedogen van een afwijkende ligging kan zich een bepaalde mate van precedent voordoen. Precedent moet zoveel mogelijk worden beperkt, al is het alleen maar om te voorkomen dat elke situatie gebruikt gaat worden om een discussie te voeren over graafdiepte. 

Om de precedentwerking te beperken is het verstandig om beleid hieromtrent te vormen. Mogelijke beleidsregels kunnen zijn: 

Bij grootschalige aanleg van netwerken kan de gemeente op verzoek afwijken van het standaard diepteprofiel, tenzij andere wetten of normen dit niet toestaan. 

Voor de aanleg van netwerken in een statische omgeving, zoals het buitengebied kan de gemeente op verzoek afwijken van het standaard diepteprofiel, tenzij andere wetten of normen dit niet toestaan. 

Bovenstaande keuzes hebben dan wel weer tot gevolg dat er ook wat gezegd dient te worden over de registratie van dat netwerk. 

Als er sprake is van een afwijkende diepteligging, dan zal de netbeheerder deze aangeven op alle beschikbare tekeningen en informatie  ten behoeve van de Wion (Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten). 


Best practice  

- Weeg voor- en nadelen van ondiepere aanleg tegen elkaar af  

- Kijk niet alleen naar de standaard werkwijze maar onderzoek welke ruimte kan worden geboden waarbij de risico’s beheersbaar zijn  

- Bepaal minimum aanlegdiepte  

- Bepaal uitzonderingsgevallen waar diepe aanleg noodzakelijk is  

- Expliciteer de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid voor de ondiepere aanleg  

- Maak procesafspraken over de gevallen waarin in verband met de situatie afgeweken moet worden van de gemaakte afspraken   


Meer weten over Graafdieptes?

Onze expert Maarten Willering helpt u graag verder. Bekijk zijn profiel en contactmogelijkheid in de expertpoule.

Stuur een e-mail