Nationaal Antennebeleid

Omdat er steeds meer behoefte is aan draadloze netwerken (zeker met het oog op 5G), is het belangrijk dat er meer antennes worden geplaatst. Om dat te mogen doen, moeten de telecombedrijven wel aan een aantal voorwaarden voldoen.

Het overheidsbeleid stimuleert draadloze communicatie, maar wildgroei aan antennes moet worden voorkomen. De volksgezondheid, het leefmilieu en de veiligheid mogen niet uit het oog worden verloren.

Omgevingsvergunning


Om op bepaalde plekken een antenne te plaatsen, is een vergunning van de gemeente nodig, de zgn. omgevingsvergunning. Dit is in de volgende gevallen van toepassing:

- Antennes hoger dan 5 meter, inclusief drager

- Antennes op of aan een monument

- Antennes in een beschermde stad

- Antennes in een beschermend stads- of dorpsgezicht

- Antennes lager dan 5 meter, staande op het voorerf

- Small cells hoger dan 0,5 meter op straatmeubilair

Uitzonderingen omgevingsvergunning


De omgevingsvergunning is niet nodig voor:

- Antennemasten voor C2000, het communicatiesysteem voor politie, brandweer en ambulances

- Zendmasten tot 5 meter van radiozendamateurs

- Kleine schotelantennes

- Antennes voor mobiele communicatie op minimaal 3 meter hoogte in bestaande zendmasten,   hoogspanningsmasten, wegportalen, reclamezuilen, lichtmasten, windmolens, sirenemasten en vrijstaande schoorstenen

Daarnaast is ook voor antennes tot 5 meter (tenzij geplaatst op het voorerf) geen omgevingsvergunning nodig.
Op deze manier kunnen bedrijven indien nodig zo snel mogelijk hun draadloze netwerken uitbreiden. De antennes moeten wel zorgvuldig worden geplaatst. Hierover zijn afspraken gemaakt tussen de rijksoverheid, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de aanbieders van mobiele telefonie. Deze zijn vastgelegd in het Antenneconvenant.

Antenneregister


Er staan al heel veel antennes in Nederland. Een overzicht hiervan wordt bijgehouden door het Antennebureau en is te vinden in het Antenneregister.

Site Sharing


Om wildgroei te voorkomen, is in de telecommunicatiewet opgenomen dat aanbieders van mobiele telecommunicatie hun antenneopstelpunten moeten delen. Dit heet site sharing. Alleen wanneer dit technisch niet mogelijk is, vervalt deze plicht. De C2000-masten hoeven niet aan deze site sharing te voldoen. Wel is er over het algemeen nog plek voor één  andere aanbieder in de C2000-masten.

Inspraak burgers


In bepaalde situaties is inspraak van burgers mogelijk. Hierbij kan worden gedacht aan een gebouw met huurders die graag sneller internet willen. Indien de bewoners van het gebouw in meerderheid instemmen met het plaatsen van een antenne, is dit mogelijk. Als meer dan de helft van de huurders echter tegenstemt, gaat de plaatsing niet door.

Gemeentebeleid


Naast het algemene nationaal antennebeleid zijn er ook gemeenten die hiernaast nog hun eigen antennebeleid hebben ontwikkeld. Uit het onderzoek van KWINK Groep blijkt dat van 25 van de 380 gemeenten dit duidelijk is te achterhalen op de website van deze gemeente. Daarnaast is er nog een steekproef gehouden waaruit blijkt dat ongeveer de helft van de gemeenten geen eigen antennebeleid hebben en dat er ook een flink aantal gemeenten zijn die hun antennebeleid niet openbaar hebben staan. Gemeenten noemen als reden voor het opstellen van hun eigen beleid het toenemende belang van draadloze netwerken en de daaruit volgend toenemende aantallen vergunningsaanvragen voor het plaatsen van antennes. De inhoudelijke verschillen tussen gemeenten zijn klein en er wordt vaak verwezen naar het nationaal antennebeleid.

Zo goed als alle gemeenten geven dezelfde drie locaties aan waar plaatsing zoveel mogelijk moet worden voorkomen, namelijk:

  • Woonwijken of woongebouwen
  • Waardevolle (natuur)landschappen
  • Monumenten

Ook worden stedenbouwkundige of esthetische redenen genoemd voor de restricties, antennes mogen de aanblik van de omgeving niet bederven.