Staatsteun

De voordelen van breedband zijn in belangrijke mate bekent, toch gaat de aanleg van snel internet maar langzaam. In belangrijke mate komt dit omdat breedband in dunbevolkte gebieden door marktpartijen als onrendabel worden gezien, de markt faalt daar. Veel gemeenten en provincies willen de aanleg daarom stimuleren. Op deze pagina gaan we in op wat overheden wel...

Hulp nodig? Vraag het een expert.

Bekijk bijvoorbeeld het profiel van Maarten Willering. Hij is zowel aan provincie als gemeente zijde betrokken geweest bij enkele breedband aanleg trajecten. Of David Schutrups van Europa Decentraal

Naar de Expertpoule

Overheden moeten de aanleg van glasvezel in openbare gronden toestaan. Dat is een wettelijke plicht. Zij kunnen voorwaarden verbinden aan de wijze van uitvoering maar kunnen het aansluiten van woningen niet afdwingen of belemmeren. De gemeente toetst een aanvraag van een telecombedrijf en onder bepaalde voorwaarden van toezicht, garantie en vergoedingen kan met de aanleg worden ingestemd. De gemeente neemt hiervoor formeel een instemmingsbesluit.

Gemeenten kunnen geen invloed uitoefenen op de tariefstelling van de telecomaanbieders. Ook kunnen gemeenten marktpartijen niet dwingen om panden aan te sluiten op een glasvezelnetwerk.

Staatssteunregels

De AGVV

De breedband markt is een geliberaliseerde markt. Gemeenten mogen niet financieel of anderszins de aanleg van glasvezelnetwerken ondersteunen. In een vrije markt waar meerdere aanbieders actief zijn, zou dat een ongeoorloofde vorm van steun zijn. Alleen in bepaalde gebieden waar marktpartijen aantoonbaar in de komende jaren geen breedband aanleggen, is overheidssteun in bepaalde gevallen toegestaan. Adressen die voldoen aan deze criteria worden in de praktijk witte adressen genoemd. Deze toestemming is geregeld in de Algemene Groepsvrijstellingsverordening. Deze stelt dat steun mag als:

- Er geen breedbandinfrastructuur van dezelfde categorie beschikbaar is;

- Er waarschijnlijk de komende drie jaar geen infrastructuur aangelegd wordt.

- De Europese Commissie geïnformeerd is over het proces.

Andersoortige steun

Naast de eigenlijk staatssteun voor de daadwerkelijke aanleg kunnen decentrale overheden onder de de-minimisverordening ondernemingen tot 200.000 euro aan steun verlenen zonder dat er sprake is van staatssteun. Dit bedrag geldt per onderneming over een periode van drie belastingjaren.

Voor verdere uitleg verwijzen we u naar het kenniscentrum voor Europees recht en beleid: Europa Decentraal

Alternatieve mogelijkheden

Behalve staatssteun kan de overheid ook kiezen voor alternatieve financieringsconstructies. Er kan bijvoorbeeld een publiek-privaat samenwerkingsverband opgericht worden om vrij toegankelijke infrastructuur aan te leggen. Hierbij moeten wel de mededingingsregels in acht genomen worden.

–       Optreden als marktpartij

Bij een overheidsinvestering in glasvezel kan dit bijvoorbeeld betekenen dat de overheid moet optreden als marktpartij. Deze draagt dan dezelfde risico’s en rendementen als andere partijen in het zelfde PPS-verband. Wanneer een decentrale overheid de uitrol van breedband ondersteunt door middel van participatie of kapitaalinbreng in de vennootschap die het project uitvoert, is er sprake van het Market EconomyInvestor Principle(MEIP). Zie voor meer informatie Breedband en MEIP.

–       Normale marktvoorwaarden

Het kapitaal dat de overheid ter beschikking van een onderneming stelt, wordt niet als staatssteun aangemerkt, zolang de omstandigheden waaronder de steun wordt gegeven overeenkomen met normale marktvoorwaarden.

Initiatieven

In de loop van de tijd zijn op tal van plekken in Overijssel initiatieven ontstaan vanuit bewoners, bedrijven en marktpartijen. In hoofdzaak zijn er 3 vormen van initiatieven te onderscheiden:

1. marktpartij is initiatiefnemer en wordt eigenaar van het netwerk, regelt beheer, onderhoud en administratie en organiseert het dienstenaanbod.

2. bewoners zijn initiatiefnemer en zoeken samenwerking met een marktpartij. Financiering gebeurt gedeeltelijk door de bewoners, de marktpartij legt aan en wordt eigenaar, regelt beheer en onderhoud en administratie en organiseert het dienstenaanbod. Dit wordt ook wel de financieringscoöperatie genoemd.

3. bewoners zijn initiatiefnemer en organiseren alles zelf van aanleg tot dienstenaanbod. Bewoners worden eigenaar van het netwerk. Deze vorm wordt ook wel de netwerkcoöperatie genoemd.

4. gemeente zelf neemt het initiatief

In Overijssel hebben we gezien dat initiatieven van type 3 worden getransformeerd naar type 1 (SallandGlas, GlasHelder en Vechtdal Breed). Er is dan zoveel draagvlak gegenereerd door bewoners en bedrijven dat het voor marktpartijen interessant wordt om het over te nemen.

Het is belangrijk dat het belang van breedband door iedereen wordt onderkend. Politieke partijen en colleges kunnen in hun programma’s de ambitie vastleggen om de toegang tot breedband binnen de gemeente voor iedereen mogelijk te willen maken. Gemeenten kunnen daarnaast initiatiefnemers ondersteunen met lokale kennis, gegevens en kaartmateriaal. Verder kunnen gemeenten een belangrijke rol spelen als schakelpunt naar verenigingen van plaatselijk belang, ondernemersverenigingen, LTO en recreatieondernemers. Daarnaast kunnen gemeenten faciliteren door locaties beschikbaar te stellen voor bijeenkomsten. Om de bekendheid en bewustzijn te vergroten is het belangrijk dat bestuurders en raadsleden regelmatig aandacht besteden aan het onderwerp in de media, gemeentelijke website, sociale media en in ontmoetingen met lokale groepen.